Gebitsproblemen

De tandkiem van de permanente tand of kies is bij de ongeboren vrucht al aanwezig en deze bevindt zich onder de melktand. Wanneer de melktand is doorgebroken gaat de kroon van de permanente tand groeien en deze geeft druk op de wortel van de melktand. De melktand komt hierdoor steeds losser te zitten en valt uiteindelijk uit. In de normale situatie breken de permanente tanden dus pas door als de melktand is uitgevallen. Alleen de snijtanden, de hoektanden en de voorste kiezen (molaren) wisselen; de achterste kiezen niet. Bij deze ontwikkeling kunnen diverse dingen verkeerd gaan.

Hieronder volgt een opsomming van verschillende ontwikkelingsproblemen:

  • persisterend melkgebit: Wanneer een melktand te lang aanwezig bljift of helemaal niet uitvalt kan dit leiden tot een afwijkende stand van de blijvende tand omdat deze op een verkeerde plek zal doorbreken en in de verkeerde richting zal uitgroeien. Lees meer….
  • afgebroken hoektand bij de pup: De melkhoektand kan afbreken door bijvoorbeeld ravotten met andere pups of dat er een touw of handdoek uit de bek wordt getrokken. Hierdoor wordt het wortelkanaal van de tand geopend waardoor bacteriën een ontsteking kunnen veroorzaken die de blijvende hoektand kan beschadigen. Het snel trekken van de afgebroken melkhoektand kan dit in veel gevallen voorkomen.
  • te weinig elementen: Wanneer er te weinig elementen aanwezig zijn kan dit veroorzaakt worden doordat een permanente tand niet doorbreekt. De tand kan in zijn ontwikkeling gestoord zijn of het slijmvlies is te dik zodat de tand er niet door heen komt. Ook is het mogelijk dat de permanente tand in het geheel niet is aangelegd. Dit is voor de meeste honden geen probleem, voor showhonden wel. Een röntgenfoto kan uitsluitsel geven of de tand is aangelegd en eventueel chirurgisch ingrijpen kan nodig zijn.
  • te veel elementen: Wanneer er te veel elementen aanwezig zijn kan de extra tand of kies beter getrokken worden omdat deze vaak problemen geeft (ruimtegebrek, achterblijven van voedselresten).
  • tandverkleuringen: Tanden kunnen in plaats van een mooie witte kleur een andere kleur hebben. Dit kan bij één of bij meerdere tanden voorkomen. Belangrijke oorzaken hiervoor zijn trauma (ongeluk of val), het gebruik van bepaalde medicijnen tijdens de groei (tetracyclines) en ziekten (bijvoorbeeld hondenziekte).

Naast ontwikkelingsproblemen komen er ook op latere leeftijd problemen voor bij het normaal ontwikkelde permanente gebit. Lees meer over het voorkomen van gebitsproblemen

Hieronder volgt een opsomming van verschillende gebitsproblemen op latere leeftijd:

  •  tandplaque: tandplaque komt veel voor en is een zachte laag op de tanden die bestaat uit levende en dode bacteriën, calcium en fosfor uit het speeksel, voedselresten en water. De vorming van tandplaque vindt voornamelijk plaats langs het tandvlees waar de natuurlijke reiniging van de tanden minder is. De vorming en stand van de elementen speelt een belangrijke rol in het ontstaan van tandplaque, evenals individuele gevoeligheid van het dier. Tandplaque kan leiden tot tandvleesontsteking (gingivitis) en uitgebreid verval van slijmvlies, botdelen en uitval van elementen (parodontitis). Het is erg belangrijk tandplaque te voorkomen.
  • tandsteen: Wanneer de tandplaque onder invloed van speeksel verkalkt spreken we van tandsteen. Tandsteen ontstaat voornamelijk op de plaatsen waar de speekselklieren uitmonden in de bek zoals bij de grote kiezen en de achterkant van de ondersnijtanden. Tandsteen is een ideale plaats voor groei van bacteriën waardoor er een verhoogde kans bestaat op het ontwikkelen van gingivitis en parodontitis. Tandsteen wordt verwijderd met een speciale tang en met ultrasone reiniging onder sedatie.
  • caries: Tandbederf of caries is het proces waarbij de mineralen van het gebit oplossen en er uiteindelijk een holte ontstaat (een ‘gaatje’). Een belangrijke rol bij het ontstaan van caries is voedsel dat zich ophoopt tussen de tanden en kiezen en zuurvorming door bepaalde bacteriën waardoor het glazuur aangetast wordt. Caries komt niet frequent voor bij de hond. Complicaties van caries zijn tandbreuk en een wortelpuntabces. Het gaatje kan gevuld worden door een tandheelkundig dierenarts of de tand kan getrokken worden. caries zijn we met name bij de grote kiezen van boven- en onderkaak (molaren).
  • afgesleten tanden: Tanden en kiezen slijten bij het ouder worden van de hond. Deze slijtage ontstaat door het langs elkaar schrapen van de elementen bij het kauwen, maar ook door het kauwen en knagen op speeltjes, hout of stenen. Omdat het afslijten gelijdelijk gebeurt wordt er voldoende dentine aangemaakt zodat de wortelholte niet open komt te liggen. De slijtage hoeft danook niet behandeld te worden. Ter preventie kan gekozen worden voor bijvoorbeeld gladde tennisballen die minder zand bevatten dan ruwe. Zand is namelijk een belangrijk schuurmiddel bij het ontstaan van slijtagen.
  • afgebroken tanden: Tanden en kiezen kunnen afbreken na bijvoorbeeld een aanrijding of op stenen bijten. Vooral bij een diepe breuk zal de wortelholte geopend zijn en bestaat de kans op een infectie/abces van de wortelpunt. Dit is erg pijnlijk en de tand of kies kan uiteindelijk verloren gaan. Soms kan het wortelkanaal gevuld worden maar in ernstige gevallen is trekken van de aangetaste tand de enige oplossing.

Naast problemen met het gebit zelf zien we regelmatig problemen van het tandvlees rond de gebitselementen. Normaal tandvlees is roze van kleur en pigmentvlekken (bruin of zwart) hebben geen betekenis. Wanneer het tandvlees rood en geirriteerd is is er vaak sprake van een ontsteking.

Hieronder volgt een opsomming van verschillende aandoeningen van het tandvlees:

  •  tandvleesontsteking of gingivitis: Bij gingivitis is het tandvlees rood, gezwollen, bloedt makkelijk en de hond stinkt uit zijn bek. De ontsteking kan zich uitbreiden naar het bot: we spreken dan van een parodontitis. Het tandsteen zal verwijderd moeten worden en de infectie wordt met antibiotica en ontstekingsremmers bestreden.
  • parodontitis: Wanneer de ontsteking van het tandvlees zich uitbreidt naar het onderliggende bot spreken we van parodontitis. Het aanwezige tandsteen zal verwijderd moeten worden en de infectie dient bestreden te worden.
  • stomatitis: Stomatitis is een ontsteking van het wangslijmvlies welke vaak veroorzaakt wordt door het tandsteen wat op de hoektand zit. Ook hier geldt dat het tandsteen verwijderd wordt en de infectie aangepakt met antibiotica en ontstekingsremmers.
  • tumoren: In de mondholte komen diverse soorten tumoren voor. Zo kennen we de wratachtige papillomen bij de jonge hond, de goedaardige epuliden bij voornamelijk boxers, maar ook kwaadaardige tumoren als plaveiselcelcarcinomen, melanomen en osteosarcomen.

Comments are closed.